25 jun 2018

Ontwerp van interparlementaire resolutie over het klimaatbeleid van België

De Brusselse groenen namen het voortouw in de onderhandelingen over het klimaatbeleid van België. Het doel is om tot ambitieuze afspraken over het klimaat te komen die de grenzen van de regio's overstijgen.

De volgende klimaattop wordt gehouden in Katowice (Polen) van 3 tot 14 december 2018. Het ontwerp van interparlementaire resolutie dient als voorbereiding voor deze VN klimaattop. 

De volledige tekst: 

Ontwerp van interparlementaire resolutie over het klimaatbeleid van België – Sneuveltekst van het Brussels Parlement na de vergadering van 19 april 2018

1. De parlementsleden van de verschillende assemblees, leden van het interparlementair klimaatoverleg, werken samen aan een ambitieus en efficiënt klimaatbeleid en dit elk vanuit zijn bevoegdheden.

2. De verandering van het klimaat door de emissie van broeikasgassen is een enorme uitdaging voor de huidige en toekomstige generaties, met zware gevolgen op ecologisch, maatschappelijk en economisch vlak.

3. Het is onontbeerlijk om deze klimaatverandering te beperken, anders zijn de gevolgen voor de hele wereld onomkeerbaar. De verschillende assemblees moeten via hun beleid daartoe bijdragen.

4. Om te komen tot een ambitieus en efficiënt klimaatbeleid, dient elke regeringsbeslissing getoetst te worden op haar impact op klimaat en klimaatbeleid. Die klimaattoets moet de overheden helpen om de beperking van de uitstoot van broeikasgassen op coherente wijze uit te voeren.

5. Als besluitvormers zijn de lokale en de gewestelijke overheden sleutelactoren in de uitvoering van de acties en in de ontwikkeling van synergieën tussen de overheidssector, de privésector en de burgers. Met hun initiatieven in de domeinen van stedenbouw, transport, mobiliteit, energie, energie-efficiëntie van gebouwen, ruimtelijke ordening, leefmilieu en voeding…, beschikken de lokale en gewestelijke overheden allicht over de meeste mogelijkheden om de uitstoot van broeikasgassen op korte termijn, in het bijzonder voor de periode 2015-2020, terug te dringen, en spelen zij een belangrijke rol bij de aanpassing aan de klimaatverandering op hun grondgebied.

6. En gelet op hun belangrijke rol in de te voeren acties, onderstreept het interparlementaire klimaatoverleg de noodzaak om de toegang tot financiering te vergemakkelijken voor de spelers die geen staatsinstelling zijn en voor de lokale spelers, gelet op het belang van deze laatste in de strijd tegen de klimaatverandering.

Een koolstofarme maatschappij tegen 2050

7. Het interparlementair klimaatoverleg onderschrijft ook de routekaart van de Europese Commissie naar een koolstofarme competitieve economie tegen 2050, die strekt tot vermindering van de uitstoot van broeikasgassen met ten minste 40% ten opzichte van 1990 in 2030 en minstens 80% en indien mogelijk 95% tegen 2050. Er zij evenwel op gewezen dat het concurrentievermogen van de Belgische ondernemingen moet worden behouden en het fenomeen ‘carbon leak’ moet worden bestreden.

8. Het interparlementair klimaatoverleg onderstreept de noodzaak om rekening te houden met de genderdimensie om de gevolgen van de klimaatverandering voor de vrouwen te verminderen, omdat ze daarvan de grootste slachtoffers zijn in bepaalde regio’s van de wereld, maar ook om een aanzienlijk deel van vrouwen en verenigingen die hen vertegenwoordigen, te betrekken bij de klimaatonderhandelingen en de uitvoering van de strategieën.

9. Het interparlementair overleg is er zich ook van bewust dat het IPCC oproept tot een vermindering met 55% van de uitstoot van broeikasgassen, het gebruik van 45% hernieuwbare energiebronnen en 40% energie-efficiëntie tegen 2030, ten opzichte van 1990.

10. Om te komen tot een koolstofarme samenleving en economie tegen 2050, zijn er structurele maatregelen nodig op korte, middellange en lange termijn. Om deze doelstelling te halen, moeten deze maatregelen sociaal billijk zijn, ruim onderschreven worden door de bevolking en alle relevante maatschappelijke spelers. Het is evenzeer belangrijk om van elke gelegenheid gebruik te maken om nieuwe jobs te creëren.

11. In samenspraak met de sectoren zoals mobiliteit, huisvesting en gebouwen, landbouw, tuinbouw en veeteelt, industrie, afvalverwerking en energieproductie, moet een gezamenlijke klimaatvisie tegen 2030 en tegen 2050 worden uitgewerkt. Daartoe dienen de federale en gewestelijke entiteiten een stappenplan over verschillende zittingsperiodes vast te leggen met becijferde streefdoelen en tussendoelstellingen en dit op basis van een kosten- en batenanalyse per sector en de relevantie van de overwogen maatregelen volgens de doelstelling van decarbonisatie op lange termijn.

12. Fiscale corrigerende maatregelen aan de grenzen tegen producten uit landen die zich schuldig maken aan milieudumping of sociale dumping (koolstofheffing aan de grenzen), moeten ook overwogen worden. Die maatregel kan de uitstoot als gevolg van de productie van producten die voor onze consumptie ingevoerd worden, beperken en onze bedrijven beschermen tegen een vorm van oneerlijke concurrentie.

De klimaatfinanciering

13. Het interparlementair klimaatoverleg pleit ervoor dat de jaarlijkse Belgische bijdrage aan de internationale klimaatfinanciering getuigt van een internationale klimaatambitie en jaarlijks toeneemt en een aanvulling vormt op het budget voor ontwikkelingssamenwerking. Een en ander moet concreet gestalte krijgen door de budgettaire verbintenissen van de verschillende entiteiten in de internationale klimaatfinanciering te vernieuwen en uit te breiden, met als internationaal streefdoel de uitvoering van concrete projecten gericht op de verbetering van het aanpassingsvermogen van de ontwikkelingslanden, zij het door technologische innovatie, die de mogelijkheid biedt de levensstandaard te verhogen en tegelijk de uitstoot van broeikasgassen te beperken, dan wel door energie-efficiëntie, duurzaam beheer van bodems, landbouw en bossen, door het beheer van de watervoorraden, enz.

14. De ETS-inkomsten moeten ook volledig besteed worden aan het klimaatbeleid, waarvan een groot deel aan internationale klimaatfinancieringen.

Ambitieuze maatregelen op alle gezagsniveaus:

15. Het interparlementair klimaatoverleg roept de leden van de diverse parlementaire assemblees op om in de Kamer een klimaatwet en in de gewestparlementen klimaatdecreten en –ordonnanties op te maken met becijferde en dwingende tussendoelstellingen en bijbehorende klimaatbegrotingen ter terugdringing van de broeikasgasuitstoot.

16. Het interparlementair klimaatoverleg doet een oproep tot een ambitieus en efficiënt energiebeleid, gelet op een noodzakelijke omslag naar hernieuwbare energie en rekening houdend met de federaal goedgekeurde kernuitstap. Het steunt het interfederale energiepact, waaraan gewerkt wordt en dat tot doel heeft een gemeenschappelijke, ambitieuze en breed gedragen visie te ontwikkelen over de energiedoelstellingen tegen 2030 en 2050. De leden van de verschillende parlementaire assemblees vragen om betrokken te worden bij de opmaak van dat interfederale energiepact.

17. Dat beleid moet een ambitieuze en efficiënte bijdrage leveren tot de Europese doelstellingen op het vlak van energie-efficiëntie en gebruik van hernieuwbare energie, door op termijn af te stappen van het gebruik van fossiele brandstoffen en ze te vervangen door alle mogelijke duurzame alternatieven (biomassa, biogas, windenergie, zonne-energie, aardwarmte, enz.).

18. In samenwerking met andere lidstaten van de Europese Unie dient er geleidelijk een einde te worden gemaakt aan de financiële investeringen in en de steun aan fossiele brandstoffen. Op middellange termijn dient er eveneens een strategie voor de algemene decarbonisatie van onze economie tegen 2050 te worden uitgestippeld met tussendoelstellingen, indicatoren en een actieplan voor een sterke circulaire economie.

19. Het interparlementair klimaatoverleg vraagt om op middellange termijn een strategie voor de algemene decarbonisatie van onze economie tegen 2050 uit te stippelen, met tussendoelstellingen, indicatoren en een actieplan rond de nieuwe economische modellen wanneer ze een meerwaarde voor het leefmilieu hebben, zoals een sterke circulaire economie of de functionaliteitseconomie.

20. Op Europees niveau een koolstofheffing invoeren overeenkomstig het principe dat de vervuiler betaalt, om het gebruik van koolstofenergie te ontraden. Dat moet een aanvulling vormen op andere maatregelen, onder andere van normatieve aard, om de sectoren van het transport en de bouw duurzaam te maken en de achtergestelde bevolkingsgroepen te steunen bij die duurzame overgang.

21. Het interparlementair klimaatoverleg steunt onderzoek en ontwikkeling die tot doel hebben de energietransitie te bevorderen en dit vooral op de gebieden die de grootste invloed hebben op het klimaat, met name de soberheid en de energie-efficiëntie, de hernieuwbare energie, het beheer en de aanpassing van de energienetten, de duurzame mobiliteit, de landbouwproductie, het gebruik van de natuurlijke hulpbronnen en de circulaire economie, en alle sectoren die rechtstreeks streven naar een lagere uitstoot van broeikasgassen. De openbare investeringen, steunmaatregelen en subsidies moeten gaan naar de financiering van onderzoeks-, ontwikkelings- en innovatieprojecten in de sector van de energie-efficiëntie en de hernieuwbare energieën.

22. De verschillende entiteiten moeten streven naar een geleidelijk verbod op het gebruik van personenwagens met verbrandingsmotoren met traditionele fossiele brandstoffen tegen 2050 en al naar een halvering tegen 2030. Alle mogelijke alternatieven, zoals slimme elektrische mobiliteit met oplaadinfrastructuur op basis van hernieuwbare energie of tankstations met waterstof, mobiliteit op biogas of op andere alternatieve brandstoffen, zullen versneld worden uitgebouwd, onder meer via een interfederaal ontwikkelingsplan voor alternatieve brandstoffen. Daarnaast is ook autofiscaliteit een belangrijk instrument.

23. Het interparlementair klimaatoverleg roept op tot een ambitieus mobiliteitsbeleid door middel van de promotie van de alternatieve brandstoffen, het rationeel energiegebruik van de transportmiddelen, de ontwikkeling van de intermodaliteit, de vermindering van de verplaatsingstijden van het openbaar vervoer en de woonkernversterking. Dat beleid moet ertoe leiden dat het openbaar vervoer, zoals de trein, de bus, de tram, de metro, maar ook de verplaatsingen met de fiets en te voet en andere alternatieve verplaatsingsmodi zoals carpooling en carsharing aantrekkelijke en efficiënte alternatieven voor de individuele wagen worden. Dat vereist in het bijzonder een nieuwe evenwichtige inrichting van de openbare ruimte en de wegen die vandaag bijna voor 75% gericht zijn op de individuele wagen, opdat men zich veilig en efficiënt te voet, met de fiets en met het openbaar vervoer kan verplaatsen.

24. De entiteiten ondersteunen de gemeenten en de bedrijven om een actief fietsbeleid te voeren, opdat meer mensen de fiets gebruiken voor hun verplaatsingen. Het doel is om tot een modaal aandeel van 20% te komen voor het gebruik van de fiets voor het woon-werkverkeer tegen 2030, eventueel op intermodale wijze. Bovendien zullen de verplaatsingsplannen voor voetgangers worden bevorderd.

25. De alternatieven voor het transport over de weg of via de lucht moeten eveneens worden aangemoedigd, zoals het goederentransport langs het spoor of over het water, evenals partnerships met private mobiliteitsspelers en korte ketens. In de stadscentra zullen onder meer de bakfietsdiensten in het bijzonder gesteund worden. Voorts zouden, zowel in de optiek van de korte ketens en een herlokalisering van de economie als in de optiek van een ontwikkeling van de circulaire economie en van een economie die zich dematerialiseert in korte ketens, de behoeften aan goederentransport kunnen afnemen, wat in grote mate zal bijdragen tot een beperking van de negatieve gevolgen, onder andere voor het klimaat en de kwaliteit van de lucht.

26. Het interparlementair klimaatoverleg streeft naar synergie tussen de beleidsvelden ruimtelijke ordening, mobiliteit, huisvesting, leefmilieu (water en energie), onderzoek en ontwikkeling, economie enz.

27. Het interparlementair klimaatoverleg roept op tot een ambitieus huisvestings- en bouwbeleid. Nieuwbouw moet vandaag niet enkel de Europese normen inzake energieprestaties van de gebouwen in acht nemen, maar ook streven naar een nulimpact op het klimaat op lange termijn en naar de recycleerbaarheid van de materialen. Men moet ook inzetten op de renovatie van de bestaande gebouwen, met name door middel van stimuleringsmechanismen, om de energieprestaties van zowel de openbare als van de privégebouwen te verbeteren en aldus de normen voor een zeer laag energieverbruik te halen en energie-efficiëntie te bereiken.

28. Daarbij moet een duidelijk afbouwscenario worden uitgewerkt voor verwarming met fossiele brandstoffen (vooral steenkool en stookolie). Prioriteit dient te worden gegeven aan efficiëntere verwarmingstechnieken zoals warmtenetten, collectieve verwarming of warmtepompen.

29. De overheden hebben een voorbeeldfunctie op het vlak van energie-efficiëntie van hun gebouwen, duurzame mobiliteit enz. Daartoe moeten de overheden uiterlijk tegen 2030 overgaan tot de vergroening van hun wagenpark door over te stappen op zachte mobiliteit, voertuigen op elektriciteit of alternatieve brandstoffen.

30. Het interparlementair klimaatoverleg roept ook op tot een ambitieus en milieubewust beleid inzake landbouw en veeteelt. In dat kader moeten korte ketens en landbouwvormen, zoals de stadslandbouw, worden gepromoot die banen creëren en kwaliteitsproducten voortbrengen, de bodem duurzaam beheren en agrarische subproducten (biomethanisatie) nuttig gebruiken. Energie-efficiëntie en het gebruik van hernieuwbare energie moeten tevens de landbouwsector efficiënter en duurzamer maken.

31. Voor het interparlementair klimaatoverleg is het belangrijk dat opvoeding, opleiding en sensibilisering via cultuur de pijlers van de gedragsverandering worden. Daarvoor onderstreept het interparlementair klimaatoverleg het belang van de sensibilisering over de ecologische voetafdruk van de consumptie, bijvoorbeeld via een app.

32. Het interparlementair klimaatoverleg roept de overheden van ons land op om opnieuw een internationale voortrekker te worden en in te zetten op een sterke, ambitieuze Belgische klimaatdiplomatie en -expertise.

33. Het interparlementair klimaatoverleg is de uitdrukking van een streven naar overleg en intensieve samenwerking over een uiterst belangrijk thema voor België en zijn Gewesten. De parlementsleden die aan het overleg hebben deelgenomen, onderstrepen de verrijking van de uitwisselingen tussen hun parlementen inzake klimaatbeleid en herhalen hun resoluut voornemen om ambitieuze klimaatdoelstellingen na te streven.

34. Het interparlementair klimaatoverleg onderstreept dat het klimaatbeleid van de federale Staat en dat van de Gewesten maximaal complementair moeten zijn. Daartoe hebben de verschillende assemblees afgesproken dat het overleg tussen de federale overheid en de Gewesten wordt voortgezet binnen de Nationale Klimaatcommissie en binnen ENOVER / CONCERE voor het energiebeleid.

 

Reacties

Please check your e-mail for a link to activate your account.
  • Elien Sohier
    published this page in Nieuws 2018-06-25 11:23:53 +0200