19 nov 2015

Brussel heeft dringend nood aan één coherent, gecentraliseerd veiligheidsbeleid, gecombineerd met een fijnmazig netwerk van nabijheidspolitie in de wijken

Onze samenleving is keihard in haar hart getroffen. De onmenselijke gruwel van afgelopen vrijdag in Parijs is een directe bedreiging voor onze pluralistische en democratische samenleving. De afschuw, het verdriet, de woede, het onbegrip zijn haast onmogelijk in woorden te vatten. Wij hebben die intense emoties allemaal doorgemaakt en die emoties zullen nog lang nazinderen. En er is angst. Mensen zijn bang voor de toekomst. Heel veel mensen vragen zich nu af wat er ons te wachten staat. Waar en wanneer een volgende terroristische daad zal gebeuren. Het is aan ons, aan de politiek, om het hoofd koel te houden en te werken aan maatregelen, aan oplossingen. We moeten daadkracht tonen.

De aanslagen in Parijs viseren de fundamenten van ons samenlevingsmodel. Daarom is het belangrijk dat we de juiste vragen stellen. Hoe is dit kunnen gebeuren? Wat moeten we doen om dit recht te trekken? Wat moeten we doen om dit naar de toekomst toe te vermijden? We moeten, zonder taboes, op zoek naar zoveel mogelijk antwoorden. Maar tegelijkertijd moeten we vandaag tonen dat onze samenleving overeind blijft. Er is niet één magische oplossing, en we kunnen dit probleem in Brussel niet alleen aan. Maar we moeten wel absoluut zeker zijn, dat we alles doen wat binnen onze mogelijkheden ligt, om een bijdrage te leveren aan de bestrijding en het einde van deze terreur.

Brussel heeft nu vooral dringend nood aan één coherent, gecentraliseerd veiligheidsbeleid, gecombineerd met een fijnmazig netwerk van nabijheidspolitie in de wijken.

Groen pleit naar aanleiding van het terrorisme- en radicaliseringsdebat in het Brussels Parlement van vrijdag 20 november, voor een politiehervorming. Die moet een krachtig en eengemaakt politiebeleid creëren dat de veiligheid van de Brusselaars het best kan garanderen. Eén coherent, gecentraliseerd beleid, gecombineerd met een fijnmazig netwerk van nabijheidspolitie in de wijken.

De aanslagen in Parijs en de Belgische en Brusselse link tonen aan dat er geen tijd te verliezen is. Het maakt niet uit of de kat wit of zwart is, als hij maar muizen vangt..Het is stuitend hoe weinig  de Brusselse minister-president doet. Hij heeft nochtans een coördinerende rol gekregen door de zesde staatshervorming. Tijdens het debat gisteren in commissie Binnenlandse Zaken, naar aanleiding van de begrotingsdiscussie, bleek nog maar eens dat we op dat vlak weinig verandering kunnen verwachten.

Al in 2014, nog voor de aanslagen op Charlie Hebdo, kreeg minister-president Vervoort van Groen de vraag om werk te maken van een Brussels veiligheidsbeleid en een monitoring van de radicalisering.
We betreurden toen dat de tijd er blijkbaar nog niet rijp voor was. Maar dat we vandaag nog steeds dezelfde discussie voeren, met nog steeds dezelfde koudwatervrees, is gewoon hallucinant.

Van een actieve minister-president is nog steeds geen sprake, wel integendeel. In het recent gepubliceerde document van het Brussels Observatorium voor Veiligheid en Preventie wordt niet gesproken over radicalisering, we weten niet hoe groot het probleem is, hoeveel (illegale) wapens er circuleren, hoeveel verenigingen of individuen haat verspreiden en jongeren ronselen.

Er moet een ééngemaakt politiebeleid komen met ruimte voor nabijheidspolitie en dienstverlening op maat van de wijk, dat inzet op veiligheid én verbondenheid, op repressie én preventie, op een strenge aanpak van radicalisme én deradicalisering.

 

 

Reacties

Please check your e-mail for a link to activate your account.